Welke formules bestaan er voor zelfstandigen?
Als zelfstandige hebt u er alle belang bij om te investeren in een aanvullend pensioen.
Immers, zelfs voor wie zijn of haar loopbaan vol maakt, en dus 45 jaar als zelfstandige werkt, ligt het wettelijke pensioen vrij laag. Zelfstandigen kunnen zich inschrijven op het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). Zelfstandigen die hun beroepsactiviteit in een vennootschap uitoefenen, kunnen naast het VAPZ een groepsverzekering of Individuele Pensioentoezegging (IPT) onderschrijven.

1. Het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ)

Het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) is bedoeld voor zelfstandigen die al dan niet via een vennootschap werken. U bepaalt zelf de premies die u wilt betalen. Die mogen niet hoger liggen dan 8,17 % van uw netto belastbaar inkomen, met een plafond van 3018 euro voor het jaar 2013. Het gestorte kapitaal wordt door de pensioeninstelling (een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds) gewaarborgd. Er bestaan ook vrije aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen met een invaliditeitsverzekering en een overlijdensverzekering.

2. De groepsverzekering of Individuele Pensioentoezegging (IPT)

Hebt u als zelfstandige een vennootschap, bijvoorbeeld een bvba?
Goed nieuws: de mogelijkheden rond een aanvullend pensioen als tweede pijler zijn voor u nóg interessanter. Naast het VAPZ kunt u een zogenaamde groepsverzekering voor bedrijfsleiders of een individuele pensioentoezegging (IPT) onderschrijven.

Wat is het verschil tussen een groepsverzekering en een IPT?

Voor een groepsverzekering moet men een doelgroep vastleggen en dan verplicht dezelfde dekking garanderen aan iedereen die tot die doelgroep (bv. bestuurders, bedrijfsleiders, enz.) behoort. In het geval van het IPT is die beperking niet van toepassing; de dekking kan dus individueel variëren

De 80 %-regel

Hoopt u op fiscale voordelen na het onderschrijven van een groepsverzekering of een IPT? Dan moet u de beruchte “80 %-regel” nauwgezet respecteren. Volgens die regel mag het totale pensioen van een bedrijfsleider niet hoger liggen dan 80 % van zijn laatste bruto jaarwedde bij een volledige loopbaan (45 jaar).
Onder “totaal pensioen” verstaan we: het wettelijke pensioen (1e pijler), aangevuld met het kapitaal opgebouwd in het kader van de tweede pijler (aanvullend pensioen: VAPZ, groepsverzekering voor bedrijfsleiders en IPT). Met andere woorden: om na te gaan of het bedrag van uw groepsverzekering voor bedrijfsleiders of uw IPT niet hoger ligt dan 80 % van uw laatste wedde, moet u rekening houden met het pensioenkapitaal dat u in het kader van het VAPZ opbouwde. Respecteert u deze regel niet, dan kan de belastingadministratie de belastingaftrek voor de gestorte premies verwerpen.
Laten we eerlijk zijn: voor de berekening van de maximale premies die u met respect voor de 80 %-regel mag storten, is een formule nodig die enkel specialisten beheersen. We raden u dan ook aan advies te vragen aan een gespecialiseerd adviseur.
De 80 %-regel is niet van toepassing op de fiscaal aftrekbare premies van het VAPZ.

Aarzel niet om ons te contacteren.

    Uw naam (verplicht)

    Uw email adres (verplicht)

    Onderwerp

    Uw bericht